Evenementen

11/09
Sint-Ludovicuszaal Rapertingen

De Koninklijke Orde v/h Klaeverblât heeft de eer u uit te nodigen op haar Carnavalsconcert 2016 - Kerkraads symfonieconcert o.l.v. Manon Meijs - muzikale klasse en ongekende vrolijkheid hand in hand. Dit muzikale feest ter gelegenheid van ons jubileum - 6 x 11 - zal plaatsvinden in het Cultureel Centrum van Hasselt op 19 februari 2016.

Locatie
Grote Feestzaal CCHasselt,
Kunstlaan 5,
3500 - Hasselt

Inschrijvingen & info
kovkcarnavalsconcert@gmail.com of 0475/20.00.22
Rekeningnummer: BE44 7370 1730 5045
Voorverkoop: 25€ Kassa: 30€

De laatste hand wordt gelegd aan de verfraaiing van het ‘Kempische Poort pleintje’. Een mooie strakke blauwe arduinen sokkel werd net geplaatst door de stadsdiensten en nu worden de kasseien nog gerecht.
Zaterdag 21 november 2015 vanaf 15u11 wordt ons jubileumbeeld 6x11officieel ingehuldigd en u bent uiteraard van harte welkom op de hoek van de Demerstraat en de Kempische Steenweg !

Serge den Ieste zal samen met zijn prinses Katrien de Koninklijke Orde van ’t Klaeverblât waardig representeren tijdens het seizoen 2015-2016.
Serge Taveirne, want zo heet onze prins voluit, werkt voor de stad Hasselt meer bepaald bij de technische diensten van feestelijkheden. Interessante plek voor een nieuwe prins, vind je niet ?
Zijn goesting voor carnaval begon bij de toenmalige carnavalgroep ‘ De 7 Democraten’ daar leerde hij reeds de knepen van het vak alsook als vaste kracht bij de opbouw van de geluidsinstallaties tijdens de stoeten. “Ik ben 43 jaar en heb een brave zoon” proclameerde Serge tijdens zijn aanstelling op zaterdag 14 november ll. Naast zijn job houdt Serge zich bezig met honden in zijn kennel ‘De Maanwacht’ te Kermt. Africhten, trainen, dresseren en zelfs kweken zijn dagdagelijkse bezigheden. Zijn orde van het jaar 2016 heet dan ook toepasselijk “De Orde van de Maanwacht”.

6 x 11 viering K.O.V.K.
Op zaterdag 21 november 2015 om 15u11 onthult de Koninklijke Orde van ’t Klaeverblât haar jubileumbeeld als eerbetoon voor de start van de Kempische Wijk/ gouden bruiloft de Condé-Vandenborn August en Florentine Vandenborn (26/11/1948), de Vriendenkring ‘De Reuzen’ (1949) en het K.O.V.K. (1950). De hele symboliek van onze vereniging met voorop het reuzenpaar Bèrb en Piersus zit volledig verwerkt in dit kunstwerk.
Het beeld van de hand van Wilfried Decock (foto) wordt geplaatst op de Groene Boulevard t.h.v. de Kempische Poort met zicht op het heden en het heden genaamd de Kempische Wijk.
Ook hier wordt een glas geheven ter heil van eenieder die zich verbonden voelt met onze vereniging, allen van harte welkom !
Om 16u11 ontvangt de stad Hasselt ons officieel op het stadhuis naar aanleiding van 6x11 viering en de inhuldiging van een beeld van een beeld !
Om 19u11 vindt de traditionele Prinsendiner plaats in zaal De Lork, inschrijven kan via kovkhasselt@skynet.be

De Koninklijke Orde van 't Klaeverblât is in 1950 ontstaan uit de "Vriendenkring De Reuzen". Het Reuzenkoppel, Berb en Piersus, zag het levenslicht in 1948 naar aanleiding van de gouden bruiloft van het echtpaar de Condé. Zo 'n feest was nog echt een buurtaangelegenheid en daarom werd er een feestcomité opgericht waar iedereen uit de buurt (lees Kempische Wijk) graag aan deelnam.

Noeste werkers, muzikanten, sympathisanten en jeugd ... allen staken de koppen bijeen om er iets feestelijks van te maken. Daar dit na de viering een hechte groep bleef en bleek te zijn ontstond de "Vriendenkring de Reuzen - Kempische Wijk" met o.a. één van de volgende doelstellingen "het bezorgen, instellen met officiële deelname aan bijzondere jaarlijkse feestelijkheden van Prins Carnaval van Hasselt, met zijn gevolg, de Sieren en Hofdames, zijn Praalwagen en dit met het vereiste ceremonieel".

Onze Reuzen hebben vanaf hun ontstaan regelmatig meegestapt in verschillende stoeten en bij verschillenden gelegenheden zoals in de Zevenjaarlijkse Feesten, bij 750 jaar Hasselt, bij het bezoek van de Koning. Berb en Piersus deden telkenmale hun "acte de présènce".

De leden van de "Vriendenkring de Reuzen" zaten niet stil en kregen de microbe van feestroes te pakken. Voor het tweede jaar van de Hasseltse Carnaval kwamen ze met een "Prins en zijn gevolg" op de proppen.

Voelt U het al komen? De Orde van 't Klaeverblât was gesticht en gesteund door een grote groep majorettes en tamboers.
Van Baar I (1950) tot en met Ludo 1 (2014), alle Prinsen hebben zich samen met de Oppers en de groep Sieren steeds ingezet om de stad Hasselt en de Hasseltse Carnaval hoog te houden; niet alleen in onze stad, maar ook over de landsgrenzen heen!

Een vereniging met vrienden onder elkaar die echte banden smeden en bovendien voor elkaar en voor het doel van de vereniging werken.
Dankzij verschillende Prinsen en Sieren werden grote vedetten naar Hasselt gehaald om tijdens hun "Nacht der Prinsen" op te treden. De opbrengst hiervan werd integraal gebruikt om de carnavalsvierders in onze stad onder een regen van karamellen te bedelven.

In 1997 werd de feitelijke vereniging omgevormd tot een v.z.w. met opname van het Reuzenkoppel en de Dames in de vereniging als effectieve leden, wat een vooruitgang!

Onze Raad van Bestuur bestaat uit: voorzitter Opper Gilbert I, eerste ondervoorzitter Prins Michel II, secretaris Siere Gilbert en schatbewaarder Prins Peter I, voorlopig aangevuld met 2 experten Prins Roger 3 en Prins Walter 1. Statutair is deze Raad van Bestuur om de vier jaar her- en verkiesbaar, nu in 2015.

Als wij nu achter ons kijken en nagaan wat er in het verleden allemaal gepresteerd is, dan kunnen we niets anders dan beloven om ons nog jàààààren verder in te zetten om Carnaval Hasselt HOOG te houden.

Namens alle ere-, ex- en actieve leden Prinsen, Sieren en Dames vanne stad Hasselt in het kort "K.O.V.K. v.z.w."

Oeteldonk

De Oeteldonksche Club van 1882 viert dit jaar haar 132-jarig jubileum. Dit wordt groots gevierd met het Miraokuls Spèktaokul.
Het Miraokuls Spèktaokul bestaat uit tal van activiteiten en evenementen die van 1 t/m 11 oktober 2014 op de Markt in 's-Hertogenbosch worden georganiseerd. Elf dagen lang vieren ze hun 11x11+11 jaar bestaan.
Een mooie gelegenheid voor Oeteldonkers om hun geliefde feest te eren en voor mensen buiten de dorpsgrenzen om te ervaren wat carnaval vieren in Oeteldonk betekent.

Stiepke Jos en Poepeloere

De Limburgse vereniging voor carnavalsevenementen (Liveke) organiseert op 29 november weer haar traditionele liedjeswedstrijd 'Carnavalissima'.
Ook Hasselt, vertegenwoordigd door Ex-Prins Jos Tuts en de andere leden van het KOVK zijn van de partij. Met het liedje 'Poepeloere' dingt hij mee naar de hoofdprijs.
Beluister via deze website alle liedjes en help Hasselt en Tuts mee naar de overwinning door je stem uit te brengen.

Een GEWELDIGE ontmoeting van Giovanni met Eddy Wally inwoner van een deelgemeente van Zelzate en toeschouwer bij de Reuzenstoet.

Het KOVK was met de reuzen aanwezig in Bokrijk

Ieder jaar doen wij mee aan Carnavalissima. Dat is een liedjeswedstrijd georganiseerd door Liveke en waar het beste Limburgse carnavallied wordt gekozen.

Reeds 7 jaar na elkaar componeerde en schreef Marcel Kreemers een liedje voor KOVK: eerst "Iech bos vannen dos", dan "Gief 't er 'n lap op", "E kniepke van m'n immeke", "Koem, koem, koem", "De Klosser" en "Stad van de dzjenever". Dit jaar is het "'nen Iemer beiër". Deze werden/worden ook telkens door Stiepke Jos (onze ex-Prins Tuts I) gezongen. Je kan ze beluisteren door op de titel te klikken.

 

 

‘GIET E DRÈPKE EÛT DA STIÈPKE'

Giet e drèpke eût da stiépke èn ve hèbbe veel plezejer

en mow ès neû da fiéske wel da fiés ès gi klee bejer !

Da ès Hesselse zjenever doeédgewoéen en toch apaart

altèèd as iech 'em meug prejve wiéerd 'et werremer rond m'n hart.

 

Da ès Hesselse zjenever èn da ès beûtegewoéen

joa, da viée da meuge meuge o wa ès 'et liéeve schoéen.

Da ès Hesselse zjenever zow zèn ve de doéed de bââs

èn as ve dan hoenger krèège dan iet Hasselt spikkelââs.

 

(Refrein)

 

Da ès Hesselse zjenever èn dzje krèg ter allemoal

want viée hèbbe miéer zjenever as wâter èn 't kanââl.

Da ès Hesselse zjenever èn da gliéeske

èn neû goan iech hèè volop van genejte èn de hoefstad vanne smââk

Giet e drèpke eût da stiépke en dzje krèg ter allemoal!

 

(Refrein)

 

Slotzin: Giet e drèpke eût da stiépke doeédgewoéen en toch apaart

 
 

 

 

‘NEN IEMER BEIËR

Gief miech mar 'nen iemer beiër
Wèè mier vanne ton, wèè mieër plezeiër
Maak ni éût wa da de minse doa van dènke
Want as iech dos hèb mut iech toch ins kunne drènke
Gief miech mar 'nen iemer beiër
Wèè mier vanne ton, wèè mieër plezeiër

Bè carnaval hèb iech ins twientsjig piente bestèld
De garçon vond da wa veel, want dieën haa ze noagetèld
Iech sèk "Da kim dur da papirke obbe gank" 
'Onder de 18 serveere vieëleis ginne drank'

Op 't bal weur iech gelââje èn iech mos nog noa théûs
Wèèveel da iech euch drènk, iech vèn altèèd mèèn héûs
Me vreuke vroug an miech "Wèè zèt dzjieë hèè geland?"
Iech sèk "Da ès ni lèstig bè mèè déûveverstand!"

 

 

 

 

STAD VAN DE DZJENEVER

 

Bè e drèpke èn e stiepke veiëre viëleis carnaval
Èn de stad van de dzjenever
Bè ’n borrel of e witteke fieste ob het Prinsebal
Èn de stad van de dzjenever
Èn as dzje noa de stouët koemp zeiën ob d’ ien of d‘ aanderen hoek
Wille vieë oech gjâân verrasse bè ‘ne spèkkelââse koek
Bè e drèpke èn e stiepke veiëre viëleis carnaval
Èn de stad van de dzjenever

Iech weur ins blèève hange bè de Prinse noa het bal
Èn stillekes dach iech touën: “As ’t vreuke mar ni kèève zal”
Iech sèk: “Poep, ‘ch zèn blèève plakke, och God, wa hèb iech spèèt”
Ze zee: “Iech weet al lang da dzjië ‘ne sjieken timber zèèt… !”

Bè e drèpke èn e stiepke veiëre viëleis carnaval
Èn de stad van de dzjenever
Bè ’n borrel of e witteke fieste ob het Prinsebal
Èn de stad van de dzjenever
‘nen Hesselse dzjenever of 3 of 4 of 5
Ès hieël gouëd virre memeure èn nog bieëter vir ouër lèèf
Bè e drèpke èn e stiepke veiëre viëleis carnaval
Èn de stad van de dzjenever

Iech kwaam ins vanne Road van Èllef, ’t weur obbe groeëte bâân
Iech haa e koppel borrels op; ‘ne sjenderrem houël miech âân
Dieë zee: “Gief miech ouër paske mar, het stienk hèè noa den drank”
Iech zee: “Menieër, vir dzjië hèè stond weur hèè nog ginne stank !”

 

 

 

 

DE KLOSSER

 

Iech zèn de klosser vanne firma Pruts & Klos

Al wa ni hange blif da gie dan mar trèk los

Iech maak wagels moe dzje kunt bè proenke

Èn euch ’ne boot, ma diejen ès néû wel gezoenke

Iech zèn de klosser van de firma Pruts & Klos

Al wa ni hange blif da gie dan mar trèk los

M’n creââses zèn èn eider geval

Te bewondere ènne stouët bè karnaval

 

Van KOVK èn Hasselt kreeg iech e groeët prozjec

Da kos’zje anne planne zeiën: ’t weur van ‘nen architec

Mieëte, beure, zieëge, kloppe, verve, alles aaf en fèèn

Allien dieje wagel kos ni béûte éût het magezèèn

 

Hèd dzje e dzjobke of e werrekske vir ’t karnavalsezouën

Loat miech dan gerès eit weete, ièch heb toch dzjuus nieks te douën

Ès ‘t virre road van èllef, de prinse of vir Pol of Jan of Pie

Ie dènk mut dzje euch nog weete: iech gieëf ginne garântie

 

 

 

 

KOEM, KOEM, KOEM

 

Koem, koem, koem

Doa liek ‘n ieëndsje ènne koem

Kwaak, kwaak, kwaak

Ènne hoefstad vanne smaak

Alaaf, alaaf, alaaf

Da ieëndsje da goenk aaf

Piet, piet, piet

Want ‘t ieëndsje aa ‘n fwiet

 

’t Weur op ‘ne zeumeraoved; ve kwaame êût de stad,

Ve aan e wa gedroenke, joa, al redelèk wa ge’ad

Iech zèk: „Begot, wa zeiën iech nêû? Iech twèèfel an miech zellef.”

Ènne koem doa loug ‘n ieënd van zeker 10 op 12  (mèèter, hè)

 

Èn aaf èn têû dan ienk dee ieënd ‘n iel klee bietsje slap,

Dan keume de manne vanne stad bè ‘n poemp èn ‘n sepap

Da ieëndsje èd ’n fwiet, ma ‘t schunste nog van al

Dzje zeit bij oas èn Hasselt ès ‘t het iel joar Karnaval

 

Doa woard van oeger and beslis da ieëndsje mos noa Genk

Iech dach: “Wa goan ze doa bè doeên; doa èbbe ze ginne basèng”

Doa kwaam inins e stèrremke op, ma da ès dan het lot

Ze aan het ieëndsje ienen daag, toen weur het al kapot.

 

Dee ieënd stie wir te proenke, ma wa èd ze aafgezieën

Vandââle stouke ze op ‘ne nach bè e mes de stèkke vanien.

Doa kan da bies ni tege èn 't weur wir ènien gezak

Z’ èbbe ze dan èn Holland bè rustinnekes geplak

 

 

 

 

 

KNIEPKE VAN M’N IMMEKE  

Doa és e kniepke van m’n immeke,
Moe ès da nêû noa têû?
Doa ès e kniepke van m’n immeke,
Et weur tsjans dzjuus e nêû.
Doa ès e kniepke van m’n immeke,
Iech zèn zoe gezjeneerd.
Doa ès e kniepke van m’n immeke,
Ielemoal gederanzjeerd.

As gujje nêûn êûësman weur Dreeke anne strèèk
Z’n teneike virre carnaval, z’n broek en z’n habèèt
Wa Dreeke touën èn iene kier zoug dee alle deere têû
Ieë spujde zich èn ien vietès noa Pietsje-Patsje têû

Ieë zee bè vol verstand
Doa ès eit anne and

REFREIN

Bè d’eupening vanne carnaval; ve zouëte ènne mès
De koster kwaam vir’t stilkesgeld; dzje weet wel wèè da ès,
Ieë rammelde bè ze mèndzje; an’t fondzje virren doep
Dzjef aa begot gi kleegeld en ieë leed dan mar ‘ne knoep

Ieë zee bè vol verstand
Doa ès eit anne and

REFREIN (2 x)

 

 

 

 

 

GIEF ’T ER ’N LAP OP

Gief ’t er ’n lap op

Vieë zètten Hasselt op zène kop

Vieë blèève fieste wèè de bieste en ve gieëve oas totââl

Vieë daase poeënekesdaas en rumba

Joa, dan davert den (h)iele zââl

Gief ’t er ’n lap op

Vieë zètten Hasselt op zène kop

Bè Carnaval dan zètte vieë Hasselt op zène kop

Van Veldeke z’n bank stiek bè de poeëte noa omhoeg

Virre wienkels vannen Teurewèèk mujje bè de lift omhoeg

Den os van’t Borrelmènneke stiek bè z’n (h)eures ènne grond

Gerlache stie op z’n klak en Leopold Twei zène baard ès blond
 

De Kwakkel dee liek dan an’t kapelleke van ter Hils

Da koppel obbe mèrrek stie annen toeg en drienk ‘ne pils

De piot van Herckenreude ès an’t zieke noa zènen (h)ouëd

De Walput liek èn Geudske en de Zandbèrreg ès e koeët

 

De aa kios stie trèk obbe plaan vir het stad(h)êûs

De breivebès dee (h)ienk an de kernies van èllek (h)êûs

De stâse dee liek dan an de koem van het kanââl

Om hallerver zès ès ‘t twellef ouëre obbe kâtedrââl

 

 

 

 

 

IECH BOS VAN DEN DOS            

Iech bos van den dos
Lank miech rap ’n pient of twei
Want iech kan bekan nemie
Iech bos van den dos,
Lank miech gêû e pientsje beiër
Want da drènk iech bè plezeiër
Iech bos van den dos
Lank miech e pientsje bè ‘ne col
Want iech (h)aag ’t nemie vol
Iech bos van den dos
Joa, iech creveer (h)èè van den dos

Iech weu ins eit speciââl goan ieëte bè ‘nen Italjâân

‘ne Raviolie bè veel sêûs, want da ieët iech gjâân

Ma bè ’t krêûde scheut de pili-pili êût m’n (h)and

Iech zee: „Miljaar, wa veil iech nêû, me bènneste stie èn brand
 

Iech roup bè leeg èn (h)oeg

Noa da kènd achter den toeg

 

Iech bos …

 

’t Weur carnaval, iech weet het nog, ve moste noa de stouët

De waagel vouël èn pan, tsja, dan mos het mar te vouët

Dus trouk iech dan mar (h)iel allien dieë wagel durre stad

Ma an de Kapeseinestroat (h)aa iech het wel gehad

 

Iech roup bè leeg èn (h)oeg

Noa da kènd achter den toeg

Iech bos …

 

 

Pagina's

Activiteiten

11/09
Sint-Ludovicuszaal Rapertingen